zondag 28 februari 2016

'k Moet er nog een titel voor vinden.

Eigenlijk ben ik helemaal geen fan van challenges, uitdagingen, handschoenen oprapen enz... behalve wanneer ik het de moeite waard vind zoals met voetbalhooligans uitgaan en de boel niet aan diggelen gooien. Maar dan vinden zíj dat niet leutig.
Een klein logje schrijven over 'muziek van toen je nog niet eens geboren waart' klinkt dan toch zeer interessant.
Aldus wil ik dan toch voor die ene keer Tiny's uitdaging aannemen:


Noem het een tag, noem het een stokje, noem het gewoon een zot idee. Ga eens op zoek naar een liedje van een hele tijd geleden. Zo lang geleden dat je zelfs nog niet eens geboren was. Maar toch blijft het hangen, vind je het mooi of net niet – dat kan ook.


Niet dat ik me veel herinner van wat vóór mijn geboorte gebeurde, wenn überhaupt.
Van wat daarna zoal gebeurde zijn toch nog enkele muzikale flarden blijven hangen.
Elke morgen werd ons huis, terwijl mama bezig was met stof wissen, stofzuigen, de vloer cireren, mijn kakdoeken verversen, eten voorbereiden, een winkellijstje maakte, haar eigen cigaretjes rollen met 'Welta', vervuld met de heerlijkste Radio Luxemburgse 'Arbeidsvitaminen' waarvan ik mij niet veel meer kan herinneren (Deo gratias).


Mijn ma was in de wolken en ik heb nooit geweten of Welta eigenlijk geen illegaal cannabisprodukt was.
So what. Moeder zong. Wie zal er ons kindeken douwen; Onze Lieve-Vrouw van Vlaand'ren; en meer van dat ongerief. Haar repertoir was onuitputtelijk. Maar meestal neuriede ze zodat ik de teksten niet verstond.
Eerst bij de nonnen leerde ik enkele van die teksten verstaan en begrijpen.
Het belangrijkst lied leerde ik kennen op de lagere basisschool van Sint Jozef (God hebbe zijn ziel).

Zo in het begin van de Fifties waren Marlene Dietrich en Edith Piaf wel zeer populair, maar daar was er dat éne lied, de hit aller tijden. Geschreven meer dan een eeuw vóór mijn geboortedag.
Het stond zelfs op het muziekprogramma van mijn katholieke lagere school.

Hemelse muziek en de lyrics waren poezie van het zuiverste water. Eerlijk.

Hoe groot mijn verbazing en vreugde dat dit lied ook in de staatsschool, waar ik noodgedwongen heen moest, ook gespeeld en gezongen werd. Niet alleen dát: elke eerste donderdag van de maand kwam de ganse schoolgemeenschap samen op de 'speelplaats', een met dallen toegebotonneerde vlakte waar er nog niet eens een 'Eerste hulp bij breek je poten'-kast aanwezig was, en zongen luidkeels dit lied, mijn lied, waarvan ik elk woord, elke lettergreep, uitwendig kende. Zelfs de Hoofdleraar deed mee. Deze heer was nog enthousiaster dan ik zelf. Hij zong uit volle borst, of wat daar nog van over bleef, en ondersteunde iedereen die nog problemen had met de tekst met dirigerende hand. Voornamelijk met duim en wijsvinger.

En zelfs nu nog, bijna anderhalve eeuw later, kent iedereen dit lied.

Voor worst, voor frieten en voor vet,
(bis)
rettettettet.




Iedereen? Wel ja ... Bijna iedereen.

































zaterdag 27 februari 2016

A nice day at the beech.

Het winterse karwij is bijna (sic) geklaard. Wat er nog kapot te zagen en te klieven is valt binnen de maten van mijn ervaring. Het groentenseizoen staat in de startblokken maar vooraleer het vol op gang komt krijg ik alles wel onder dak, ware daar niet dit spreekwooldelijke 'laatste loodje'. Zeg maar 'lood'!











Het liefst van al zou ik buurmans kraan gebruiken om dit gevaarte op de effen bodem te leggen. Maar buurman bezit geen kraan, behalve dan een waterkraan.
Om ze met een of andere buis naar beneden te hevelen zou ik, als mijn berekeningen kloppen, een ca. 10m lange hefboom nodig hebben. De zwaartekracht zou enerzijds die beukestam daar heen brengen waar ik ze graag zou hebben. Anderzijds, aldus mijn berekening, zou de hefboom, met mij aan het uiteinde, pardoes in mijn jongste aardbeienbed  terecht komen. Dat wil ik kost wat kost vermijden: ik heb geen vers plantgoed en het is nu ook niet de tijd van het jaar om aardbeien te planten.
De enige optie is deze knaap, een geschatte 600kg, 4 meter lang en Ø45cm, in situ in schijven van 25cm te zagen. Dergelijke schijven zouden dan toch nog qua gewicht mijn eigenste musculaire capaciteiten ver overtreffen: ik moet ze brevi manu bevorderen naar de plaats waar mijn kliever staat.

Probleemstelling:
1. de diameter van de stam is groter dan de lengte van mijn zaagblad.
2. de stam wordt niet gelijkmatig door het onderliggende hout ondersteund
3. ik mag mij niet in de gevarenzone bevinden wanneer de stam onvoorzien naar beneden zou
    donderen  want ik heb net mijn schoenen gepoetst.
4. ik ben zeker dat bij onoordeelkundig zagen mijn zaag vast geklemd wordt waardoor ik dan
    buurmans zaag moet ontlenen die (zijn zaag) het zelfde lot zal ondergaan.
5. ik moet nadenken.
6. mijn bak bier is leeg.

Opties:
1. een langer blad + ketting kopen.
2. met wiggen de stam ondersteunen.
3. vuile schoenen aantrekken.
4. eerst de buurmans' zaag gebruiken en die eventueel met behulp van de mijne weer bevrijden.
5. het proberen waard.
6. een zaagparty organiseren.

Na nachtelijk overleg heb ik besloten opties 1/4 en 6 te schrappen en mij slechts op nummer 5. te concentreren. Cogito ergo sum, zoem ik zo binnensmonds.

Gisterenavond was de hemel bloedrood en beloofde een stralende zonovergoten dag met temperaturen ietsje boven het vriespunt. Een prachtige dag om mijn zaag te scherpen en de buren te laten mee genieten van mijn actie.

De beuk erin:
Eerst zaag ik om de 25cm van boven naar beneden en dan van voor naar achteren, maar slechts zo ver dat de kans dat de stam doorzakt en mijn zaag vast klemt uitgesloten blijft.




















Na 30 zaagsneden krijgt mijn zaag dorst. Ik ook. De zaagparty was noppes en mijn bak bier is nog altijd leeg. Mijn thermos koffie is intussen al koud en water is voor de koeien.
Mijn buurman had mijn gladiatorenkamp al enige tijd in de gaten. Wetend dat mijn gevecht mijn uiterste concentratie vraagt had hij zich gedekt gehouden maar nu kwam hij van achter de berk te voorschijn en maakte met zijn hand het T-teken. Time. Time für ein Schnaps!
U schnapt het wel. It takes two to tango. Een soldaat kan niet op één been staan.
Gelukkig kan ik niet dansen en ben ik een pacifist. Ik kan mijn buurman ervan overtuigen dat de strijd nog niet gestreden is en dat we eerst later viktorie kunnen kraaien.
"Kan ik mee helpen?"
"Ja. Neem je GSM en houd je duim op 112."
"En dan?"
"Op mijn teken druk je die 112 en roep je 3x luid 'PAN PAN MEDICO'"
"????"
"Never mind."
Ik drink mijn glaasje groeneokkernotenlikeur, tank mijn zaag vol en overleg hoe het nu verder moet.

Ik maak enkele kleine zaagsnedes in het kopse hout om daar met moker en voorhamer wiggen in te drijven.





















Dit doe ik aan beide kanten en werk gestaag naar het midden van de stam.De onderste helften kunnen dan probleemloos weggezaagd worden, samen met de uitsteeksels die verhinderen dat de stam naar beneden kan geheveld worden.
En dan is het zover: de resterende 2 meter kunnen probleemloos in positie gebracht worden en verder door gezaagd.





















Brutaal manueel machogeweld zorgt er voor dat de zware schijven tenslotte het laatste loodje leggen.


















Voilà, het kereltje is gewassen. (Met Stihl, zou Menck zeggen.)
Intussen was mijn buurman alweer verdwenen. Hij had zijn oorkappen vergeten - denk ik.
En daarmee ook zijn Schnaps.
De volgende stap: een bak bier kopen.









woensdag 24 februari 2016

They're coming again!

Deze keer blijven ze wel niet zo lang.
Gisterenavond kwamen ze. En masse. Honderden..
Ze liepen over mijn grondstuk alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Veel discipline was er niet te zien. Ook de aanvoerder, in vol ornaat, mantel, cape en staf, liep er zo maar een beetje naast. Zijn honden bekeken mij met een zekere interesse maar kwamen niet te dicht.
Ik ging op de aanvoerder toe en begroette hem: "Nog ver te gaan?" Hij glimlachte en drukte mij de hand: "Nein, nein. Vanavond blijven we hier. We slaan hier mein kampf op."
Zijn troep bewoog zich langzaam verder. "Geen tijd voor een praatje: 'k Moet bij ze blijven en toezien dat ze samen blijven en geen onzin uithalen."
Taaie jongens, moet ik toegeven. Ze slapen in open lucht, zelfs met dit druilerig regen-  sneeuw- en vriesweer.
Bij het aanbreken van de dag kwam er langzaam beweging in de troep. Heel langzaam, na die lange mars van gisteren. De nacht was zonder incidenten verlopen. Het was nu nog wachten geblazen op de aanvoerder. Deze had zijn tenten ergens anders opgeslagen.
Toen deze aankwam, begeleid van zijn honden, gaf hij het signaal. De troep zette zich in beweging.
Hun vertrek was nagenoeg geluidloos.
Toen ze weer weg waren lag de weide er bij alsof er niets gebeurd was. Het gras was wel een beetje plat getrappeld en hier en daar hadden ze in het wild gescheten. Maar alles tesamen hadden ze mijn terrein proper achter gelaten. Slechts de talrijke molshopen hebben ze verstoord.
























Op de terugweg naar het 'kamp' (ze schijnen dan toch een ietsje langer te blijven) kon ik een plaatje schieten van de Führer.




















P.S. Enkele jaren geleden kwam de kudde hier voorbij terwijl er nog sneeuw lag. De dieren hadden dan iets meer tijd nodig om hun voedsel te vinden zodat er tijd genoeg was om, een kop hete koffie genietend, met de herder een babbeltje te slaan.
Hij, zoals allicht alle herders, kunnen zich geen ander beroep voorstellen: één man, één kudde, één natuur,één God, één geheel. All alone, all one.
Wat hem wel ontbrak was één vrouw (opeens was mijn koffie niet meer zo lekker) die het herdersbestaan mee beleeft.