dinsdag 28 oktober 2014

Wie onkruid zaait ...

Voor elke tuinder behoort de droom van een lange hete zomer en een eeuwigdurende herfst wel tot het verleden. De werkelijkheid haalt ons in: de winter staat voor de deur, althans in mijn regio.
De tuin wordt voorbereid op de komende winter.
Gazons worden voor de laatste keer gemaaid. Gevoelige groenten worden geoogst. Er wordt nog eens gewied, deftig gespit, met of zonder groenbemester, geharkt, en dan gemulcht. In het voorjaar wordt de mulch weer weggehaald tenzij er met compost gemulcht werd. Deze wordt dan netjes ondergespit en de bedden worden mooi vlak geharkt.
Deze technieken zijn door elke biotuinder gekend en worden ook biobewust toegepast. Dat deze technieken juist zijn staat in elk biotuinhandboek. Andere methoden (Fukuoka, Stout) worden als kanttekening vermerkt onder de categorie 'voor gevorderden'. Ik behoor dus tot de gevorderde tuinder: ik spit niet, hark niet, wied niet. Ik mulch wel. Hoofdzakelijk met hooi. Dat doe ik 1 keer per jaar  (bij aardappelen 2x) bij voorkeur tijdens een mooie herfstdag zoals vandaag.

Bij enige tuinders komen de nekharen recht want hooi bevat veel (onkruid)zaad! Mulchen mag uitsluitend met onkruidvrij materiaal.
Bvb. bladeren. Die gebruik ik alleen als ze van de buren komen die in elk blaadje een duivel zien. De bladeren van mijn bomen blijven waar ze zijn: onder de boom. Geef aan de boom wat de boom toekomt. Met gras mulchen doe ik af en toe. Het meeste gras blijft liggen waar het vandaan komt.































Onder deze nieuwe hooilaag ligt nog veel oude mulch zij het tamelijk dun. Ik laat de kippen de ganse zomer hun lusten erop botvieren. Hoewel die laag dan toch zeer gereduceerd wordt is onkruid, de schrik van elke tuinder, amper aan wezig.




































Voor dat weinige onkruid wil ik mij zeker niet bukken. Mijn rug dient om erop te liggen en om recht te staan., niet om hem te breken door overbodige en contraproductieve werkzaamheden.

Na de hooioogst heb ik een nieuw bloembed voorbereid: eerst een dikke laag hooi, direct op het gras, waarop mijn kippen zich weer rijkelijk geamuseerd hebben. In september kwam daarop een laag vers gras. Gezien vers gras toch vlug tot een plakkerige boel wordt verkies ik toch min of meer gedroogd gras.
Voor enkele dagen heb ik het beplant, inclusief bloembollen. De mulch werd op de te beplanten plaatsen terzijde geschoven. Dan werd geplant, het hooi/grasmengsel terug gelegd en het geheel toegedekt met 1-jaar oude houtsnipsels. Het oorspronkele gras en alles wat daartoe behoort was verdwenen behalve 2 paardebloemen en 3 wilde zuringplanten.


















De tuin op de eerste foto wordt al 10 jaar zo behandeld. Het tuinstuk op de 2de foto, begonnen met een gazon en nog nooit omgespit is nu aan zijn 3de aflevering.
Deze winter zal ik mijn oud tuingereedschap toch weer eens boven halen om er weer eens een laag roest te verwijderen. Ik wil ze niet weggooien. Het zijn souveniers uit mijn volgens-het-boekje tuinierperiode.

rolleyes

zaterdag 25 oktober 2014

The times, they are a-changin'

Vanaf morgen kunnen we weer een uur langer slapen. We kunnen ook een uur langer opblijven. Althans dit weekend. Maandag verschijnen we weer op tijd en stond ook al geeuwen we nog een uurtje langer.
Ik herinner mij de oliecrisis in 1973. We moesten olie sparen. Autovrije zondagen. Energie werd een kostbaar goed. We moesten er zuinig mee omspringen. Niet dat olie slechts beperkt ter beschikking stond. Er wás olie. Heel veel zelfs. En nog altijd. Alleen: olie wordt duurder. Olie is een zeer begeerd 'schaars middel'. Zo begeerd dat we er zelfs oorlogen om voeren. De uurwerken een uur terug zetten moest er toe leiden dat we een uur minder olie verbruiken.
Ik groeide op in een wereld waar het 's nachts donker was. Héél donker. Nu moeten we de slaapkamer afschermen tegen het nachtelijk kunstlicht. Bedrijven zijn dag en nacht verlicht. De straten zijn verlicht. De parken zijn verlicht. We leven in de 'Eeuw van de Verlichting'. Maar niemand die het ziet. Iedereen slaapt. 


zaterdag 18 oktober 2014

Geen vorst in zicht. Leve de vorst.

Oktober is al meer dan halfweg en hier, oostwaarts van het gelukkig niet meer bestaande IJzeren Gordijn, genieten we lentetemperaturen. In de tunnel is, alhoewel daar al maanden lang geen gieter meer aan te pas kwam, de Oostindische kers al ver buiten de haar voorbeschikte grenzen gegroeid en bloeit alsof ze niet eens beseft dat de winter al voor de deur moest staan.  De tomaten weten van geen ophouden. De ananaskers verspert de 2 paden kompleet. Peterselie en basilikum staan er mooier bij dan tijdens de zomer. Nog nooit heb ik zo lang paprika kunnen oogsten. Alleen de komkommerplanten zijn, na een zeer bevredigende oogst,  herleid tot bruine skeletten.
Buiten heerst hetzelfde scenario. Alle kolen staan nog in het gelid. De Zucchinis zijn wel bijna afgeoogst op enkele intussen reuzenexemplaren na.
Ook de pompoenen hebben het nog nooit zolang uitgehouden. Maar ik wil het noodlot niet tarten. Op een nieuw stukje tuin heb ik op de gebruikelijke manier (zonder spitten, gewoonweg tuusen de penen) 6 pompoenplanten geplant. Op de sinds jaren gemulchte en onbewerkte bedden zijn slakken (bijna) geen probleem meer. Een stukje grasland daarentegen kan nog veel exemplaren herbergen. Getuige de schade aan de aardappelen op het stuk weide. Ook de pompoenen verdwenen de ene na de andere in een slakkenmaag. Behalve 1 plant. Ze was wel aangebeten maar na de culprit huisverbod verordend te hebben en hem en zijn collegas verwezen te hebben naar de ruime weide, herstelde de plant zich. Langzaam. De droogte maakte het haar dan ook niet gemakkelijk. Maar de dikke hooilaag en de enkele gietkannen water haalden haar uit de intensive care. Op het hoogtepunt van de zomer zette ze zelfs een paar vruchten aan. Ik liet haar begaan. Ze moest zichzelf bedruipen. De natte augustusmaand dreef het kweekgras tot ongeziene hoogten. Extra mulchen was door de nu toch vlotte bladontwikkeling onmogelijk geworden. Ik hoopte een 3tal onrijpe vruchten te kunnen oogsten en ik wachtte op de eerste nachtvorst die de bladeren zwart zouden verkleuren en het eindresultaat zouden vrij geven.
Tot nog toe bleef de nachtvorst uit. De eerste bladeren begonnen geel te worden. De 3 verwachte vruchten zijn er en het steeltje is kurkdroog. Het kwam er nu op aan om de meterlange ranken van tussen het kweekgras te bevrijden zonder de vruchten af te breken.
En zie daar: three make a crowd.