dinsdag 30 september 2014

woensdag 24 september 2014

Zou me nie meugen een pintje drinken...

Zolang we in Klein Korea woonden ging pa met zijn fiets naar zijn werk, den Aigle
Waar dat precies was wist ik eerst veel later, toen ik er zelf meerdere vakanties ging werken. Thuis waren er slechts 2 fietsen, zíjn fiets en moeders' fiets.

Tijdens mijn vakantiejobs in den Aigle werd ik snel vertrouwd met leven en werk in wat mijn vader 'bij ons' noemde. Gedurende de zomermaanden begonnen we om 6 uur te werken. Geen minuut later. Om 9 uur was de eerste pauze. 15 minuten. Om 12 uur de middagspauze. 30 minuten. Je had geen uurwerk nodig. De brouwerij had een zeer nauwkeurige fabriekshoorn. Wat ze niet had was een behoorlijke ruimte om te pauseren. Gezeten op een omgekeerde houten bierkist, naast 1 van de wasmachienes pakten we ons brood uit onze bazas en uit de papieren broodzak. Gezien we niet zo veel tijd hadden spoelden we alles zo vlug mogelijk door met de nog goed lauwwarme koffie uit onze aluminium 'pulle'. Om de koffie toch enigszins warm te houden had ma onze pullen zorgvuldig in krantenpapier gewikkeld. Na het eten was er nog net genoeg tijd om een te roken. Met "Smoor je gie ol? Hier, pakt een van de miene" bood mijn nonkel mij dan een van zijn zelfgeroldde aan. 'k Was aanvaard als een man en collega.
Van zodra de fabriekshoorn weer loeide werden de machienen in gang gezet en kon je zien dat je er op tijd weer bij stond. Om 17h stipt werd het vuren gestaakt. De zombies mochten naar huis.

Gelukkig had pa een beetje meer bewegingsvrijheid. Hij was een manusje-voor-alles en dikwijls nam hij mij mee omdat hij een beetje hulp nodig had, de leugenaar. "Mijnheer Pol, mag ik mijn zeune een keer meepakken?". Dan gingen we samen naar zijn 'bureau', een stapelruimte in 1 of andere kelder die dienst deed als reparatiewerkplaats. Van onder zijn 'secretaire' haalde hij dan een paar flessen bier.
In de brouwerij heerste alcoholverbod. Waaraan niemand zich stoorde. Behalve in de was- en afvulruimte, 't Flessekot. Daar kon Meneer Pol ons zien. Pa was de smokkelaar. Hij smokkelde bierbakken en verstopte ze onder trappen en in gaten. "Chef, kan je me aflossen? 'k Moet eens." 't Was de enige manier om aan een pint te geraken tenzij je op de koer of in de kelder werkte. Een 'pilstje' omvullen in een (alcoholvrije) tafelbierfles is een truc die alleen een dommerik zoals ik durfde te proberen.  "En smaakt 't?" *duivelse grijns*
Heel dikwijls ging ik ook op zaterdagvoormiddagen mee met pa. Overuren werden extra betaald, er waren geen Meneers Pol in de buurt en er was altijd wel iets te doen in pa zijn 'bureau'.


Proletariërs aller landen, ....

zondag 21 september 2014

Close encounters met bruine beer.

Biologisch telen, natuurlijke landbouw, permacultuur, biologisch-dynamisch, …
Vandag de dag is wel bijna iedereen vertrouwd met één of meerdere van deze begrippen. De groep biotuinders resp. -boeren groeit. De milieuproblematiek wordt bewuster waargenomen. Elke supermarkt biedt kwaliteits bioproducten aan. Biologisch is niet meer esoterisch.
Heel anders in de '70s en '80s. Velt was wel al aardig aan het groeien en de biobeweging kwam langzaam van de grond, maar biologisch tuinieren was iets voor freaks.




















'Biologisch' scheen iets nieuws te zijn dat bijna niemand kende. Dat moest geleerd worden. Boeken, tijdschriften, lezingen, verenigingen en noem maar op. De kunst van het tuinieren was in de vergetelheid geraakt, vernietigd door de Industriële Revolutie en Justus von Liebig.

Mijn volkswijkleven nam een einde in de loop van het 5de 'studiejaar'.
Mijn ouders hadden het plan opgevat om naar den buiten te verhuizen. Daar konden ze voor een groot deel zelfvoorziend leven en zo wat aan geld sparen.
Het werd Moerbrugge. Een boerderijke op 1ha grond. Moeder begon een groententuin en vader begon, na gedane arbeid in de fabriek, land te bewerken. De helft van de grond werd omgeploegd. Met een geleend paard en een 1-schaarploeg. De rest was handwerk. Er kwamen ook dieren.

De moestuin was het domein van ons moeder. Vandaar dat het moestuinieren ook voor mij een onbekende was. Dieren verzorgen werd mijn terrein en met pa meehelpen op het land deed ik ook graag. Behalve als we gingen 'beer voeren'. Voor dit avontuur (sic!) hadden wij een zelfgeknutselde 1-assige handkar en een ouderwetse beerpomp. Eigenlijk was dat niets anders dan een buis met een Archimedesschroef aangedreven door een electrische motor. Deze motor was net naast de uitlaat van de pomp gemonteerd en veroorzaakte na het inschakelen niet meer dan een welwillend geruis. Van ronddraaien was er nog geen sprake. Je moest dan met blote hand het aandrijfwiel een goeie draai geven tot de motor eindelijk aansloeg. Meestal moest deze procedure meermaals herhaald worden tot dat kloteding dan toch wilde. OMG. Zozeer geconcentreerd op het aanspringen van dit onding vergat je gemakkelijk snel weg te springen en kreeg je de eerste lading beer in je nek.
Zo werd die soep in een oud olievat gepompt, met een jute zak afgedekt en met de stootkar over de hobbelige weide gesleurd.

En daarna een wellness bad met aansluitend een tantra massage? Forget it, baby.


vrijdag 19 september 2014

Over pompoenen, bloemkool en ooievaars.

Mijn kindheid bracht ik door in een buitensteedse wijk, in de volksmond 'Klein Korea' genaamd. Tot de ene zijde van de wijk behoorden de vrome kerkgangers die wisten hoe je 'Meneer Pastoor' aanspreekt. De andere zijde werd bevolkt door het 'rifraf', arbeidersfamilies en straatjongens. Het straatbeeld werd beheerst door uniforme rijenhuizen met dito troosteloze voortuintjes. De achtertuintjes waren hoofdzakelijk leeg. 'Garden for Victory' was in deze kontreien helemaal niet doorgedrongen. Niemand had een groententuin, laat staan een siertuin. De meeste vaders verdienden het net-zo-voldoende-gezinsinkomen in de fabriek maar aan een beetje zelf groenten kweken was nooit gedacht. Ware iemand op deze gedachte gekomen had hij/zij zeker geen pompoenen gekweekt. Pompo... wat? Nooit van gehoord. Halloween bestond nog niet.
Bloemkool was natuurlijk wel gekend. Daaruit kwamen de nieuw geboren babietjes. Maar onze bloemkolen groeiden niet in onze tuinen. Ze werden gekocht bij 'Marcel van de Sparre' met zijn paard en karre. In Marcel zijn bloemkolen zaten er natuurlijk nooit babietjes. De kweker van Marcel zijn bloemkolen had er wel voor gezorgd dat dat niet zo ver kon komen.
En de ooievaar? We woonden waarschijnlijk iets te ver van 't Zwin. Ooievaars kenden we alleen van op de doopprentjes.
Zo bleef er voor de jonge mamas in spe niets anders over dan hun kindjes te kópen.
„Mama, waar is tant' Alice ? [Naam door de redactie gewijzigd]
„In 't moederhuis. Ze gaat een kindje kopen.“
„En wat gaat 't zijn. Een jongetje of een meiske?“
„Dat weet ze nog niet. Ze zou wel graag een meiske hebben.“
Wat het ging worden daarover beslisten de nonnen in 't moederhuis. Dat waren experten.
"Wedden dat 't een joêntjie wordt."
 En nadat de nonnen beslist hadden kon je je kindje krijgen.
„Mama, tant' Alice heeft een kindje gekregen.“
Eerst moest ze het kopen en dan kreeg ze het.
In Klein Korea was er niet zo heel veel geld. Klusjes knapte men zelf op. Er werd gebreid, genaaid, versteld. Er werd gebakken. Behalve brood. Brood kwam van de gemotoriseerde broodkarre. 'Volksbakkerij Ons Brood'. Wit brood. Gesneden. In een papieren zak met punten erop. Zoveel gespaarde punten + 20 Bfr en je kreeg een singeltje. Van Bob Benny. Of Bobbejaan Schoepen. Jo Erens natuurlijk ook. Betaald werd met speciale munten uitgegeven door de COO.

En ze kochten kinders. Véél kinders. Een echte babyboom.
















( Ik in het 1ste Fröbeltje, 1956, rechts vanachter met mijn door moeder zelfgebreide trui met dwarsbalk)

The times they are a-changin'.
De sexuele revolutie van de jaren '60 verdreef de victoriaanse ooievaarpompoenkolenbabies. Jongeren krijgen sexuele voorlichting. Althans wat de anatomische kant van de zaak betreft. Ze leren dat kindjes 'gemaakt' worden en geboren worden in de Materniteitsafdeling van een modern ziekenhuis.
De wereld veranderde. Er kwam een nieuwe moraal. Er ontstond een nieuwe life style. Oude waardes moesten plaats maken voor nieuwere. Moeder de vrouw wilde niet langer heel haar leven aan de haard gekluisterd zijn, verdoemd tot een eindeloos wassen en plassen, poetsen en boenen en kinderwagens heen en weer sleuren.






























De oude boerenmeubels werden vervangen door modernere, of ze werden beplakt met onderhoudsvrije formica. 'Standaard' werd standaard. Het dagelijks leven werd meer en meer gemechaniseerd.
Tot er een soort nostalgie ontstond. Antiek- en brocantewinkeltjes begonnen te floreren. Het 'oude' werd geherwaardeerd. Ouderwetse gebruiksvoorwerpen werden gecopieerd. Retro deed haar intro. Terug naar het klassieke design...





















  (Pa in onze eerste automobiel, 1960)


... en terug naar het 'kindjes kopen'. Uiteraard niet meer bij de nonnen in een 'Moederhuis'. Wat je gaat 'krijgen' kunt ge nu zelf uitzoeken en kopen in de voetgangerszone, begeleid van professionele advieseurs zodat je weet wat er op dit moment 'meest gekocht' wordt.






















Wie een beetje geduld heeft kan ook wachten tot de volgende 'Solden'.

dinsdag 16 september 2014

Hoera, ik ben rijk!

Eigenlijk is het enige wat een woelmuizenier zou moeten doen en over schrijven is woelmuizenieren. Er zijn ook 'other stories' die met de woelmuisaktiviteiten verband houden. Toch heeft de Woelmuizenier buiten zijn huis-tuin-en-keuken-aktiviteiten af en toe afwijkende themas waarmee hij zich bezig houdt. Eén daarvan is schoolonderwijs. Aanleiding tot dit schrijven zijn de recente blogposts van Muggenbeet en Antoon.

Zoals in de titel al aangekondigd ben ik rijk. Althans, ik zou het moéten zijn. Hoe zou ik anders mijn schoolrekeningen kunnen betalen?
Vooraleer mijn gal uit te spuwen moet ik duidelijk stellen dat ik in Duitsland woon en dat mijn (nog) 4 schoolplichtige kinderen op duitse scholen zijn. Of mijn/onze situatie op belgische resp. nederlandse schoolsystemen toepasbaar is weet ik niet.

De feiten.

Na de 2de schooldag van dit nieuwe schooljaar kwam al de eerste rekening. De meeste schoolboeken worden door de school ter beschikking gesteld, een aantal moeten we zelf kopen. Wat alle scholieren ook nog moeten meebrengen is een rekenmachientje. Niet zómaar een simpel dingetje van ergens op zolder. Neen. Het allernieuwste Casio model. Dit model is véééél beter dan het oudere: het display is duidelijker. Via de school kunnen we dat gunstiger krijgen dan op de vrije markt: 130 €.
Boeken + machientje x 4 = iets minder dan 1000 €.
Tegelijkertijd wordt meegedeeld hoeveel de (jaarlijke) skivantie zal kosten. Van vakantie gesproken: ze is een essentieel deel van het sportonderwijs. De skiprestaties worden beoordeeld en de punten tellen mee voor het school eindresultaat. Gebuisd is gebuisd. Sorry. Je kan als ouders deze 'vakantie' niet weigeren. Natuurlijk neemt dit sportonderwijs plaats ergens in Oostenrijk (500km) hoewel de dichtste skipiste 12km van de school verwijderd ligt en op ca. 100km de Olympische Winterspelen plaats vinden. Kosten: 280 € per persoon. (4x dus). Skimateriaal exclusief.
De totaal overbodige fotocopiën die zeer regelmatig meegegeven worden moeten ook extra betaald worden.
Mijn gasten gaan per lijnbus naar school. De drie 16plussers betalen elk 60€ per maand.
Je hebt wel geen Casio nodig om dit aardig sommetje zelf uit te rekenen.
7 personen leven van één inkomen (vergelijkbaar met dat van een opsteller in openbare dienst) + kindergeld..

Gelukkig bestaat er zoiets als staatssteun. BAföG. Verslik je niet: Bundessausbildungsförderungsgesetz. Vrij vertaald: Nationale wet ter ondersteuning van de (school)opvoeding. Nou moe.
De praktijk.
Drie van de vier gaan (op papier) in de stad wonen. Daardoor sparen ze veel studeertijd en komen zo in aanmerking voor deze staatstoelage.
Daarvoor moeten zij wel (ten minste pro forma) een 'eigen' dak over hun hoofd hebben. D.w.z. Een appartementje huren. Naast de huurprijs zijn er nog de obligatorische kosten voor vuilnisdienst, stroommeter, gasmeter, waterverbruikmeter, zelfs als men deze diensten helemaal niet gebruikt (in werkelijkheid blijven de kinders bij ons hier thuis). Het grootste deel van deze toelage gaat aldus naar de immobiliënsector + diensten.
De gespaarde studeertijd ware onmiddelijk opgeslorpt door de dagelijkse sleur: vb. zelf voor eten zorgen, en om beurt het trappenhuis poetsen. Of moeten de ouders mee verhuizen?
Terzelfdertijd staat dit gehuurde flatje leeg. (Sorry, onderverhuren mag niet).

Is het onderwijs verkommerd tot niets anders dan een wieltje in een kankerachtig economisch-steeds-maar-meer-groeien- principe?

video









zondag 14 september 2014

Eerst geloven en dan zien..

Ge kent dat wel: de armen worden te kort en stretching helpt niet.
Wat wel helpt is een heel kleine investering en het probleem is onmiddelijk opgelost.
3,50€ - jaarlijks. Een fluitje van een cent zo te zeggen.
En bovenop dit minimale bedrag krijg je nog een gratis kadootje ook: steeds slechter wordende ogen! Iedere optieker weet dat zo'n goedkoop leesbrilletje nefast werkt. Ik ben geen optometrist maar ik weet dat óók. Uit ondervinding.
Het begon een 15tal jaar geleden. De armen waren niet te kort. Het licht deugde niet. Basta. Nog enkele jaren later deugde zelfs het zonlicht niet meer maar het lag zeker niet aan mijn armen. Gelukkig had ik nog 3,50€ in mijn portemonnaie.
 En waw. Het licht kwam in de duisternis. Althans een tijd lang. Of dit te maken had met het gat in de ozonlaag of met de voortschrijdende klimaatsverandering? Meer en meer buren schenen last te krijgen van dit onverklaarbare fenomeen. Zij waren wel veel slimmer. Zij investeerden een paar 100 € waardoor niet alleen hun armen weer de juiste lengte kregen maar zelfs de verkeersborden weer duidelijk waarneembaar werden.
Leek mij een goede optie. Alleen, een paar 100 €  op mijn neus stoort bij het scheren en tanden poetsen. Zo'n 3,50€ brilletje kan je al eens gemakkelijker achterlaten in de komposthoop.
Dilemmas, dilemmas.
Alternatieven? Ja, jij daar vanachter in de zaal? Wat? Dr. Bates?
Ik had ooit eens een boekje van Dr. Bates. Ik had dat dan eens uitgeleend en je weet wat nog dommer is dan een boek uitlenen. Juist. Nooit meer weergezien.
Ik herinnerde mij nog wel enkele Bates'sche technieken maar het ontbrak me aan konsekwente inzet en methodische overtuiging. De zon bleef schijnen. Mijn 3,50€ lieten mij niet in de steek, vooral dat ik een 5tal 3,50€s overal laat rondslingeren. Voor 't geval.
'k Ben geen Aldous Huxley kenner maar ik lees zijn werk wel graag en hij is een persoonlijkheid die ik vertrouw en bewonder. Zijn 'The Art of Seeing' moest ik wel ernstig nemen. Dr. Bates behoorde terug tot mijn interessengebiet. (N.B.: A. Huxley was bijna blind en via de Bates' methode kon hij weer brilloos lezen).
Na enig heen en weer googelenbrowsensearchen., ...    *fuck*
Via internet kwam ik terecht bij http://visionsofjoy.org/. Enkele minuten later was ik de virtuele bezitter  van een up-to-date Bates' methode boek voor de prijs van 5 leesbrilletjes. 2 Dagen daarna kon ik al genieten van een sterke voorvreugde.





















"We zullen zien", zei de blinde. Hoop doet leven (en een hele grote hoop nog meer).



woensdag 10 september 2014

maandag 1 september 2014

Spionage?

Aan de hand van kommentaren op de blogposts en de leeslijsten bij de blogcollegas zie je wie daar zo allemaal mee leest.
Daarnaast zijn er nog tal van andere lezers die op een of andere manier op je site terecht komen. Hun (virtuele) identiteit is wel niet direct afleesbaar.
Zou het kunnen dat ook Poetin mee leest?