vrijdag 27 juni 2014

Groenselbloeisel

Ook groenten hebben mooie bloesems. (Klik op een foto om te vergroten)

Lavas
















Bernagie















Aardappel Ditta















Komkommer















Paprika















Aardappel Rosara















Rucola (wilde)















Spruitkool















Tomaat















Ajuin















Sla Winter crop















Zucchini

maandag 23 juni 2014

Over slakken ... en andere fabeltjes.

Het komt mij voor dat er in de Lage Landjes red alert geslagen is. Slakken. Waar je ook kijkt.
Aan de hoeveelheid slakkenverdelgende middeltjes en -methoden en blogbijdragen te zien kan geen enkele tuinder nog een rustig oog dicht doen. Hij/zij die dit waagt moet achteraf niet klagen. Dat die beesten er al altijd waren was niet zo erg. Maar zoals dit jaar... Brrr. Hopelijk hebben we nooit meer zo een milde winter.
A propos winter. Vor mij is een winter mild wanneer de temperaturen slechts enkele weken tot minimaal -10°C gaan. Een strenge (normale) winter betekent -15°C tot -25°C met sneeuw vanaf kerstmis tot eind februari. Dit jaar hadden wij hier geen milde winter. We hadden een winterse lente. Plus-temperaturen op enkele korte uitzonderingen na. Het is de eerste winter dat ik de waterleidingen in de stal slechts enkele dagen moest afsluiten. Normaal moet ik mijn dieren 2 keer per dag vers water geven terwijl de klompen ijs op de houtkachel ontdooien. De koude bak in de tunnel moest geen enkele keer extra toegedekt worden.
Eigenlijk moest mijn tuin vergeven zijn van de slakken. Dat is ze niet. Nog nooit zo weinig slakken gezien. Een beetje schade is er wel en dit alleen op specifieke plaatsen.

Fabeltje 1. Tijdens strenge winters vriezen slakken(eieren) kapot. Slakken deponeren hun eieren ca. 5cm onder de grond. Ze zouden wel moèten kapot vriezen. Maar ze doen het niet. Mijn hyacinten en krokussen etc. vriezen ook niet kapot. Dit jaar heb ik zeer weinig slakkenschade.

Fabeltje 2. Nooit met hooi mulchen omdat daar zoveel zaad in zit. Ik mulch bijna uitsluitend met hooi. No problem.

Fabeltje 3. Mulch, om het even welke aard, is een goede huisvesting voor slakken. Wie mulch zaait zal slakken oogsten.

Het is mij een raadsel waarom er zo hardnekkig aan dergelijke fabeltjes wordt vast gehouden. 
Toen ik begon met groenten kweken deed ik dat ook volgens de boeken: eerst mijn rug breken met omspitten, harken, enz.. Daarna niet meer weten waar ik eerst moest gaan wieden. Het kruid stond 20cm hoog en nog geen worteltje te zien. De komende lente geen spade in de grond krijgen vanwege een bevroren bodem of vanwege teveel modder. Paniek, paniek.
Om mij te wagen aan de totaal mulch methode à la Ruth Stout had ik nog drempelvrees. Tot ik de knoop door hakte.

Mijn nogal omvangrijke groententuin, waaronder ook bomen, struiken en bloemen, kent momentaan 3 verschillende stadia van ontwikkeling.
Het grootste deel is tijdens de laatste 8 jaar niet meer bewerkt (de andere delen eigenlijk ook niet). Ze ligt het ganse jaar door bedekt onder een aanzienlijke laag hooi. Maar hier en daar werd de laag niet konsekwent aangevuld. Daar groeien dan ook weer penen en weegbree die zich zonder moeite laten verwijderen. Wanneer ik op deze bijna 'kale' plaatsen jong plantgoed zet zijn de slakken er direkt bij. Bloemenbedjes zijn vooral met houtsnipsel gemulcht. Daar is het oppassen geblazen.
Dan zijn er gedeeltes die eerst sinds vorig jaar in gebruik genomen zijn: d.w.z.: maaien, planten, mulchen.
Uiteindelijk dan de nieuwere stukken die nu voor het eerst beplant zijn.
Mijn observatie: op de nieuwste stukken heb ik relatief veel, op de oudere weinig, en op de oudste bijna geen slakkenvraat.

Slakken leven onder de grond en komen bij valavond aan de oppervlakte. Een dikke laag droog hooi is een echte hindernis waar ze niet doorheen komen. Hun beste weg is daar waar bijna geen hooi ligt: aan de voet van de jonge planten. Bij het aanbreken van de nieuwe dag verschuilen ze zich onder de hooilaag waar de aarde vochtig is. Bingo! Het hooi iets terzijde schuiven en je hebt ze. Tenminste enkele.
Met hoofdzakelijk houtsnipsel gebeurt hetzelfde, alleen zijn de slakken daar door het bruinzwarte hout niet zo zichtbaar.
Voor mij is het een vaststaand feit: door kostant met hooi te mulchen word je de slakken te baas.

De vrees dat hooi veel onkruid met zich meebrengt is ongegrond zolang je de hooilaag dik genoeg houdt. Niet een dun laagje tot je de grond niet meer ziet; een dikke laag van zeker 20cm. Met tijd wordt deze laag veel dunner, de vochtige onderkant is een goede slakkenval. De eerste jaren moet je nog regelmatig op slakkenjacht gaan maar daarna is het voorbij. Ze komen beslist niet van buitenaf en kruipen door het droge hooi in de grond. Ze zitten ìn de grond en je moet ze eruit krijgen.

zondag 22 juni 2014

Oef...!

Gelukkig was El Gato niet in de buurt.



















De kosten voor transport...

























..en aan huis bestelling heb ik voor eigen rekening genomen.







vrijdag 20 juni 2014

Je bent wat je eet.

Volgens Van Dale ben ik een vegetariër. Volgens mijzelf ook.
Eigenlijk wou ik slechts een kleine kommentaar schrijven op  Broodje woef maar overleggend wat en hoe ik schrijven zou begonnen mijn hersenen door te draaien. Het ene leidde tot het andere. Van een korte kommentaar was geen sprake meer.
Wanneer iemand van zichzelf zegt 'ik ben vegetariër' weet iedereen onmiddelijk wat dat betekent: iemand die zich uitsluitend met planten voedt. Een carnivoor is iemand die zich met vlees voedt, en een omnivoor eet gewoonweg alles (smakelijk!). Vandaag de dag treft men ook al flexitariërs aan. De betekenis van deze benaming ontgaat mij een beetje. Eet een flexitariër buigzaam voedsel?
Het hogergenoemd artikel gaat eigenlijk eerder over ethisch correct voedsel. Is koe eten akseptabeler dan hond verorberen?
Ik ga zeker geen vleesetende mensen naar de verdoemenis wensen. Argumenteren pro of contra vlees is een disputio ad infinitum. Ik voel mij goed met mijn vegetarisch dieet, fysisch en mentaal. Het maakt mijn leven ook een heel stuk gemakkelijker. Een ongemak ontstaat wel wanneer al die bbq-geuren uit de omgeving mijn sensibel reukorgaan treffen. Ik ervaar gebraden vlees niet slechts als onaangenaam. Het stinkt! Om het even of het koe is of hond, steak of braadworst. Daarentegen ondervind ik het aroma van rauwe en/of gekookte groenten en granen als zeer aangenaam. En ik heb geen bijzonder sausje nodig om eventuele stank te camoufleren.
Soit. Elk eet wat hij wil.
Een punt ter discussie is wel: wat was er vóór het vlees? Deze vraag mochten zich wel alle vleesetende mensen stellen. En hier wil ik wel een lans breken.
In de gangbare taal spreekt men van 'vleesproduktie'. Om een of andere reden (hoewel toch tamelijk duidelijk) gebruikt men geen woorden zoals 'koeproductie' etc.. Er worden inderdaad geen koeien geproduceerd. Er wordt vlees geproduceerd. Men eet geen kip, men eet kippevlees, alsof dieren vlees voortbrengen. Vlees. Een geabstraheerde vorm van koe, kip, lam, …, geproduceerd in reuzestallen, ontdaan van elke vorm van empathie, als middel om geld te verdienen, veel geld.
Ook in de 'bio-industrie' (what's in a name). Daar mogen de normen wel wat verscherpt zijn, ik kan mij niet voorstellen dat een dier genoegen heeft met een normatief vastgestelde levensruimte, uitgedrukt in 4kante meter, vastgelegd door wetenschappers, biologen, dierenbeschermers. X m² per dier. Zelfs 'alternatieve tuinders' hebben geen bezwaar tegen zgn. chicken tractors. Mijn 7 kippen (die een natuurlijke, soms ook wel gewelddadige, dood – vossen, buizerds – sterven) zijn zeker niet tevreden met 7m². Zij nemen een 1/2ha in beslag. Wij mensen nemen ook geen genoegen met een 100m² behuizing. Wij willen 'naar buiten'. We hebben behoefte aan recreatieoorden, hobbyruimtes, vakantiedoelen. Het bevredigen van onze primaire behoeften, voedsel, drank en verse lucht, zijn niet voldoende om tevreden te leven. Daarentegen zouden dieren zich daarmee tevreden moeten stellen.
Vlees produceren is niet hetzelfde als dieren houden en verzorgen.







maandag 16 juni 2014

Aardappel update N°2

Ik heb nu genoeg hooi om mijn aardappelen nog eens te mulchen.
De al goed doorgegroeide penen druk ik onder de al oudere mulchlaag en leg er nog meer hooi boven op. Ik druk ze letterlijk de kop in. Dat is beter dan uittrekken of afmaaien: de nieuwe groei werkt zich gemakkelijk door de mulchlaag. Plat gedrukt worden ze aan een vertikale groei gehinderd. Behoorlijk dicht rondom de stengel mulchen moet verhinderen dat de groeiende knollen aan het daglicht bloot gesteld worden.














Deze werkzaamheden vergen wat tijd. Het is wel een aangename bezigheid: op de knieën het hooi verspreiden is zeker niet zo lastig als het rugbrekende aanaarden wat 2 tot 3 maal zou moeten gebeuren. Tegelijkertijd geniet ik de geur van het verse hooi.
Tijdens dit grondig mulchen kan ik tegelijertijd de planten kontroleren op eventuele slakken en coloradokevers. Het grote voordeel van mulchen t.o.v. aanaarden: na een langer aanhoudende of zware regen spoelt niets weg. De nieuwe knolletjes blijven dus altijd bedekt. Daarbij blijft de bodem ook vochtig en moet er helemaal niet gegoten worden. Zelfs niet gedurende de reeds 5 weken aanhoudende droogte.
Toegegeven: dit veldje was een stuk weide waar geen spitvork door de bodem kwam vanwege de uitgedroogde zandgrond. Op geen enkel moment hebben de aardappelen water gekregen. De planten zijn dan ook nog niet zo ver gevorderd als op de naburige aardappelvelden.
Ter vergelijking: vorig jaar had ik op dezelfde wijze een nieuw stukje tuin in bedrijf genomen. Daar was wel al meerdere keren met hooi gemulcht maar niet konsekwent. Penen en brandnetels gaven de toon aan. Nadat ik daar pompoenen geplant had die in de kortste keren door slakken tot nul herleid waren heb ik dat perceeltje het ganse jaar door onder een dikke laag mulch gehouden en er dan dit jaar ook op mijn 'gebruikelijke' methode aardappelen 'geplant'.
Het verschil met het nieuwe veldje is duidelijk.





















De eigenlijk oogst valt eerst einde augustus tot midden september. Als het algauw eens deftig regent halen de eerste planten hun achterstand al vlug in.

vrijdag 13 juni 2014

Peanuts

pin'da, v. (m) ('s), apenootje, olienootje (uit: Van Dale, Nieuw Handwoordenboek der Nederlandse Taal, 8ste druk, 1977)
aardnoot, v. (m), grondnoot (A'rachis hypogae'a) (ibid.)

Ik zeg liever: peanuts


















Spijtig genoeg hebben enkele tegenslagen in de loop van tijd het bestand van 5 gereduceerd tot slechts 1 overblijvend exemplaar.
Hoewel ik mij al een jaar lang met mijn peanuts bezig gehouden heb was de overwoekering niet tegen te houden. Mijn peanuts behoort dan ook niet tot de eenjarige vlinderbloemigen zoals de alom bekende apenootjes. Mijn exemplaar behoort tot de doorlevende Artiodactylen.
Deze soort heeft eigenlijk weinig of geen behoefte aan onderhoud, aangenomen je laat haar genoeg plaats.
Na een ietwat aprilse-grillen-meimaand bleef juni zo droog dat ik mijn peanuts kon laten bevrijden van al het overtollige.

Het oorspronkelijke bestand
v.l.n.r.:
 Popeye, Zulu, Betty, Peanuts, Spots



















Peanuts vóór het onderhoud.
























Na verwijdering van het overtollige...


















...kan ze weer onder de beschaafde mensen komen.



















maandag 9 juni 2014

Pinksteren

Eigenlijk, sinds mijn breuk met de officiële ( en ook inofficiële) kerk pinkster ik niet meer. Ik wil niemand ervan weerhouden verder te pinksteren maar ik doe niet meer mee. Trouwens, Vlamingen pinksteren niet, zij sinksen.
Er was bij mij dan ook geen enkele duif te zien maar de vurige tongen zijn toch over mij neder gedaald. Vurig? Het was een inferno om Dante jaloers te maken: 35°C in de schaduw.  Lasciate ogni speranza... 
Dus heb ik niet gepinksterd maar daarentegen hooi gemaakt.
In plaats van de milieuvriendelijke zeis heb ik mijn trouwe bijna-zo-oud-als-ikzelf makker plus accessoires uit hun stal gehaald. Niet zo heel milieuvriendelijk maar dan wel geweldig mensenvriendelijk.





























2 liter diesel waren genoeg om een stuk (1/2ha) weide te maaien en 2 keer om te keren.
Het samen harken en opladen was puur handwerk.
















Vandaag heb ik 2 goed aangestampte voeren op het droge gebracht. Morgen nog 2. Dit als wintervoer en instrooi. De nog verblijvende 2 ladingen  verblijven als mulch voor groenten en ardappelen.














 Ik weet wel: je zou nooit met hooi mogen mulchen omdat er daar zoveel zaad in zit. Maar ik doe dat nu al zovele jaren en heb daar nooit een probleem ondervonden. Afschrijverij schijnt zich ook in de 'alternatieve' tuinbouw in te burgeren.
Nu maar te hopen dat er i.p.v. vurige tongen algauw iets anders uit de lucht neer daalt.

vrijdag 6 juni 2014

Aardappel update N°1

Het aardappelveldje oogt al aardig groen. Zoals verwacht niet alleen vanwege het aardappelloof.



















De aardappelvelden in de omgeving zijn beter herkenbaar dan het mijne, maar als ik die naakte grond zie moet ik toch eventjes mijn hoofd schudden: hoeveel werk daaraan voorafgegaan is! Hoeveel energie, hoeveel bodemverwoesting. Maar de boer, hij ploegde voort... En de ploeg, zij boerde voort. Ik heb het jaren lang zelf ook zo gedaan. En het was inderdaad met een reuze vraagteken dat ik de sprong waagde. Wie niet waagt, niet wint.
Veni, vidi, vici. En de methode wordt steeds maar gewaagder: gras maaien, kompost, aardappelen op de grond leggen en alles met hooi toedekken.
Aanvankelijk maakte een zekere paniek zich van mij meester toen ik door de massas kweekgras geen aardappelloof kon zien, op hier en daar een plantje na.
Nu laat ik mij door dit alom verwenste groen niet meer afschrikken. Ik bedek het met het nog resterende hooi van vorig jaar. Op het verste gedeelte ligt ook vers gemaaid gras.




















In de rijen staat nog tamelijk veel gras. Gezien het hooiseizoen dit jaar enkele weken vroeger begint wil ik ook eerst mijn hooi oogsten. Daarna stop ik de nog zichtbare penen onder de mulchlaag.
Wanneer de aardappelplanten nog wat gegroeid zijn wordt nog eens dicht rondom de stengels  gemulcht zodat daar geen groene aardappels ontstaan.

De tot zover aangevulde fotoreeks zie je hier .