woensdag 31 december 2014

Liefste meter, beste peter, ...

...hoe meer da je geeft hoe beter. 
Geef j' een kluute, 'k smieten 'em deur de ruute. 
Geef j' een frang, 'k geven 'em aan een oede madam. (*smak, pataat*)

Wie kent ze nog, de 'in schoonschrift' geschreven Nieuwjaarsbrieven. "Mama, ik moet 
20 frank meebrengen voor mijn nieuwjaarsbrief". Daarna deze beste voornemens ergens 
verstoppen zodat mama en papa, meter en peter, bomma en bompa vol verrast kunnen 
luisteren naar je (jaarlijks) zorgvuldig ingestudeerde bedelbrief. 

"Jouw lief (klein/pete)kindje ..."























Vandaag de dag kunnen we calligraphie gewoon vergeten. Dat duurt veel te lang. We tippen onze teksten. Bij voorkeur met afkortingen: IU, CuL8r, ...
Voor mij niet gelaten. 
Schrijven is een schone zaak en brengt het mensdom veel vermaak. 
You're kidding. Eén foutje schrijven en de zaak is om zeep.
Het mooie aan deze schoonschrijverij was de kapotte pen voorzien van een papieren vleugeltje en het geheel naar de meester zijn kop te laten vliegen.
Wíé wás dat !?#*&%*?“

Hoe mooi het ook was, ik stuur mijn Nieuwjaarsbrief nu ook digitaal.
(Maar eerst op nieuwjaarsdag openen!)





 Uw liefste blogvriendje,
Woelmuizenier.


Enjoy. (Full surround en zo luid je maar kan).




                                                



donderdag 25 december 2014

Mr. and Mrs. Davidson, I presume?


Mijn huiseigenaar verkocht kerstbomen uit zijn eigen bos. Heel zeker waren dat uitgedunde bomen en niet afkomstig van een monocultuur kerstplantage. Mij en zijn andere huurders schonk hij jaarlijks de mooiste en grootste boom die nog in huis paste. Onze geschonken boom werd niet van heinde en ver aangevoerd en werd ook niet na de festiviteiten via een massabrandstapel zinloos in de lucht gejaagd. Met mijn kerstboom was er eigenlijk niets aan de hand. Toch had ik besloten niet meer mee te doen met de 'Plant en gooi weg kerstboom traditie'.
Dit geschenk verweigeren was over de Rubicon springen. Mijn verhuurder was wel iets teleurgesteld maar hij begreep.

Mijn diy-kerstboom is nu aan haar 19de jaargang toe en heeft intussen een paar 'naalden' verloren.

Het centrum des gebeurens is het (heirloom) stalletje.



















De herdertjes lagen (staan) bij nachte.











Drie koningen kwamen met (hier zonder) enen ster.












Gloria in excelsis deo.



Happy Christmas, all ye faithful.


maandag 22 december 2014

Waanzin!

Het mag op 22 december in de Lage Landjes misschien nog normaal zijn; op 50°N11°E
en 340m NN is het dat niet meer.

klimrozen















rood peperboompje














sneeuwbes

vrijdag 12 december 2014

Voedersilo

Je vindt ze te geur en te kleur. Ze zijn te koop in allerlei vormen. Ze gaan van zeer goedkoop tot heel duur. Voor elk wat wils.
Alternatief slingeren er enkele gratis exemplaren gewoon ergens rond.
Het stormweer van de voorbije (en ook toekomstige) dagen nodigt uit om zelf een voedersilo in mekaar te knutselen.

Bij het ontwerpen van het nu volgende masterpiece  schoot ik gewoonweg 'uit de heup'.
I.e.: neem een stammetje brandhout (ca. 60cm) en zaag aan 4 zijden een plankje af van ong. 2à3cm dikte.
3 van deze plankjes halveer je. Zaag ze op een uniforme breedte (ca. 7cm) onder een hoek van 60° zodat je daarmee een 6-hoek kunt vormen. Het 4de plankje dient voor de landingsplaats en het dak.












Deze zijwandjes worden aan een 6-hoekig stukje hout vastgenageld.





















Boven de restaurantdeur, gemaakt met een gatenzaag voor de boorstandaard, wordt een stukje berkentriplex ingewerkt. Dit moet dienen als 'flow stop'. Achteraf bleek dit niet werkzaam te zijn en heb ik er een vertikaal plaatje tot een 2-tal cm boven de bodem aan vastgemaakt.

Aan de bovenkant wordt het geheel samengehouden met een stuk berkentriplex.


















Een eenvoudige landingsstrip ...

















...  en een afneembaar dak ...























... ronden het geheel af.


















De eerste gasten mogen komen.

(Alle fotos zijn aanklikbaar voor groter)




donderdag 11 december 2014

Geen roet in het eten.

           Hoor, wie klopt daar kind'ren?

Vooral op die momenten dat je nog niet aan de winter denkt staat de realiteit opeens nolens volens voor de deur en er is geen ontkomen aan. Een realiteit die zich niet laat tegen spreken, laat staan dat hij zich laat wegsturen. Plichtsbewust en onvermeidbaar onvermoeibaar drukt hij ons met de neus op de feiten. En dit niet slechts éénmaal. Drie keer zelfs. De eerste keer vóór de winter, dan nog eens tijdens en tenslotte ná de winter.Of je hem wilt of niet.
Roet in het eten?

           't Is een vreemd'ling zeker?
           Die verdwaald is zeker?

Integendeel. Hij is een welgekomen gast die zijn best doet zodat er van roet helemaal geen sprake kan zijn. Zoals Sinterklaas , neen, zoals Zwarte Piet balanceert hij op de daken. Geen enkele schoorsteen laat hij onbezocht:  de obligatorische schoorsteenveger.  In plaats van cadeautjes naar beneden te gooien laat hij zijn stalen bol met draadborstel naar beneden en verdwijnt dan in de kelder. Daar verzamelt hij het resultaat in zijn Pieter's zak en deponeert het goedje op de komposthoop. Zijn korstondige aanwezigheid laat geen enkel spoor na behalve zijn altijd aanwezige vriendelijke glimlach (en de rekening).
Een vuile job?

































[Foto: Carl Herpels]




donderdag 27 november 2014

Bustje kappen.

'k Ben geen voorstander van bustje kappen. De schoolbanken heb ik trouwens al heel lang geleden verlaten. Niet dat ik het nooit gedaan heb. Maar dat is geen reden om mijn eigen kroost aan te moedigen het ook te doen.

Toch is bustje kappen af en toe onvermijdelijk,om maar niet te zeggen: noodzakelijk. Voornamelijk als de winter haar eerste voorzichtige pasjes zet. Ze is nog niet helemaal op dreef gekomen en ik moet al aan de daarop volgende winter denken om te vermijden dat ik in de kou blijf staan.
Het bustje kappen laat ik wel door anderen doen.



































Nadat de lading, alsook mijn spaarboek, van eigenaar verwisseld zijn kan ik aan de slag.
Aan hout kan je je driemaal verwarmen. Minstens.

(de volgende - aanklikbare-  fotos zijn niet recent)

1. Om het hout te kunnen klieven moet ik het eerst reduceren tot handelbare lengtes.















2. De gezaagde stammetjes worden opgeladen, dichter bij huis gebracht, en weer afgeladen















3.om gekliefd te kunnen worden.















4. De volgende opwarmingsoefening bestaat erin het gekliefde hout weer eens op te laden en op zijn plaats van bestemming netjes op te stapelen,















gevolgd door een welverdiende pauze.















Terwijl deze werkzaamheden toch enige enige tijd in beslag nemen moet ik ondertussen ook nog verder met opwarmen.
5. en 6.: droog hout opladen, zagen en in huis brengen.

Nu maar hopen dat de sneeuw nog een tijdje weg blijft








donderdag 20 november 2014

Hall of Shame





Voor de allerlaatste keer zal de (ultieme) Public Eye Award toegekend worden.
Meedoen met de The Public Eye Lifetime Award kan je hier .

vrijdag 7 november 2014

En de boer hij ploegde voort ...

Pure insanity


video
De volledige video (en meer) vind je hier bij Youtube.


dinsdag 28 oktober 2014

Wie onkruid zaait ...

Voor elke tuinder behoort de droom van een lange hete zomer en een eeuwigdurende herfst wel tot het verleden. De werkelijkheid haalt ons in: de winter staat voor de deur, althans in mijn regio.
De tuin wordt voorbereid op de komende winter.
Gazons worden voor de laatste keer gemaaid. Gevoelige groenten worden geoogst. Er wordt nog eens gewied, deftig gespit, met of zonder groenbemester, geharkt, en dan gemulcht. In het voorjaar wordt de mulch weer weggehaald tenzij er met compost gemulcht werd. Deze wordt dan netjes ondergespit en de bedden worden mooi vlak geharkt.
Deze technieken zijn door elke biotuinder gekend en worden ook biobewust toegepast. Dat deze technieken juist zijn staat in elk biotuinhandboek. Andere methoden (Fukuoka, Stout) worden als kanttekening vermerkt onder de categorie 'voor gevorderden'. Ik behoor dus tot de gevorderde tuinder: ik spit niet, hark niet, wied niet. Ik mulch wel. Hoofdzakelijk met hooi. Dat doe ik 1 keer per jaar  (bij aardappelen 2x) bij voorkeur tijdens een mooie herfstdag zoals vandaag.

Bij enige tuinders komen de nekharen recht want hooi bevat veel (onkruid)zaad! Mulchen mag uitsluitend met onkruidvrij materiaal.
Bvb. bladeren. Die gebruik ik alleen als ze van de buren komen die in elk blaadje een duivel zien. De bladeren van mijn bomen blijven waar ze zijn: onder de boom. Geef aan de boom wat de boom toekomt. Met gras mulchen doe ik af en toe. Het meeste gras blijft liggen waar het vandaan komt.































Onder deze nieuwe hooilaag ligt nog veel oude mulch zij het tamelijk dun. Ik laat de kippen de ganse zomer hun lusten erop botvieren. Hoewel die laag dan toch zeer gereduceerd wordt is onkruid, de schrik van elke tuinder, amper aan wezig.




































Voor dat weinige onkruid wil ik mij zeker niet bukken. Mijn rug dient om erop te liggen en om recht te staan., niet om hem te breken door overbodige en contraproductieve werkzaamheden.

Na de hooioogst heb ik een nieuw bloembed voorbereid: eerst een dikke laag hooi, direct op het gras, waarop mijn kippen zich weer rijkelijk geamuseerd hebben. In september kwam daarop een laag vers gras. Gezien vers gras toch vlug tot een plakkerige boel wordt verkies ik toch min of meer gedroogd gras.
Voor enkele dagen heb ik het beplant, inclusief bloembollen. De mulch werd op de te beplanten plaatsen terzijde geschoven. Dan werd geplant, het hooi/grasmengsel terug gelegd en het geheel toegedekt met 1-jaar oude houtsnipsels. Het oorspronkele gras en alles wat daartoe behoort was verdwenen behalve 2 paardebloemen en 3 wilde zuringplanten.


















De tuin op de eerste foto wordt al 10 jaar zo behandeld. Het tuinstuk op de 2de foto, begonnen met een gazon en nog nooit omgespit is nu aan zijn 3de aflevering.
Deze winter zal ik mijn oud tuingereedschap toch weer eens boven halen om er weer eens een laag roest te verwijderen. Ik wil ze niet weggooien. Het zijn souveniers uit mijn volgens-het-boekje tuinierperiode.

rolleyes

zaterdag 25 oktober 2014

The times, they are a-changin'

Vanaf morgen kunnen we weer een uur langer slapen. We kunnen ook een uur langer opblijven. Althans dit weekend. Maandag verschijnen we weer op tijd en stond ook al geeuwen we nog een uurtje langer.
Ik herinner mij de oliecrisis in 1973. We moesten olie sparen. Autovrije zondagen. Energie werd een kostbaar goed. We moesten er zuinig mee omspringen. Niet dat olie slechts beperkt ter beschikking stond. Er wás olie. Heel veel zelfs. En nog altijd. Alleen: olie wordt duurder. Olie is een zeer begeerd 'schaars middel'. Zo begeerd dat we er zelfs oorlogen om voeren. De uurwerken een uur terug zetten moest er toe leiden dat we een uur minder olie verbruiken.
Ik groeide op in een wereld waar het 's nachts donker was. Héél donker. Nu moeten we de slaapkamer afschermen tegen het nachtelijk kunstlicht. Bedrijven zijn dag en nacht verlicht. De straten zijn verlicht. De parken zijn verlicht. We leven in de 'Eeuw van de Verlichting'. Maar niemand die het ziet. Iedereen slaapt. 


zaterdag 18 oktober 2014

Geen vorst in zicht. Leve de vorst.

Oktober is al meer dan halfweg en hier, oostwaarts van het gelukkig niet meer bestaande IJzeren Gordijn, genieten we lentetemperaturen. In de tunnel is, alhoewel daar al maanden lang geen gieter meer aan te pas kwam, de Oostindische kers al ver buiten de haar voorbeschikte grenzen gegroeid en bloeit alsof ze niet eens beseft dat de winter al voor de deur moest staan.  De tomaten weten van geen ophouden. De ananaskers verspert de 2 paden kompleet. Peterselie en basilikum staan er mooier bij dan tijdens de zomer. Nog nooit heb ik zo lang paprika kunnen oogsten. Alleen de komkommerplanten zijn, na een zeer bevredigende oogst,  herleid tot bruine skeletten.
Buiten heerst hetzelfde scenario. Alle kolen staan nog in het gelid. De Zucchinis zijn wel bijna afgeoogst op enkele intussen reuzenexemplaren na.
Ook de pompoenen hebben het nog nooit zolang uitgehouden. Maar ik wil het noodlot niet tarten. Op een nieuw stukje tuin heb ik op de gebruikelijke manier (zonder spitten, gewoonweg tuusen de penen) 6 pompoenplanten geplant. Op de sinds jaren gemulchte en onbewerkte bedden zijn slakken (bijna) geen probleem meer. Een stukje grasland daarentegen kan nog veel exemplaren herbergen. Getuige de schade aan de aardappelen op het stuk weide. Ook de pompoenen verdwenen de ene na de andere in een slakkenmaag. Behalve 1 plant. Ze was wel aangebeten maar na de culprit huisverbod verordend te hebben en hem en zijn collegas verwezen te hebben naar de ruime weide, herstelde de plant zich. Langzaam. De droogte maakte het haar dan ook niet gemakkelijk. Maar de dikke hooilaag en de enkele gietkannen water haalden haar uit de intensive care. Op het hoogtepunt van de zomer zette ze zelfs een paar vruchten aan. Ik liet haar begaan. Ze moest zichzelf bedruipen. De natte augustusmaand dreef het kweekgras tot ongeziene hoogten. Extra mulchen was door de nu toch vlotte bladontwikkeling onmogelijk geworden. Ik hoopte een 3tal onrijpe vruchten te kunnen oogsten en ik wachtte op de eerste nachtvorst die de bladeren zwart zouden verkleuren en het eindresultaat zouden vrij geven.
Tot nog toe bleef de nachtvorst uit. De eerste bladeren begonnen geel te worden. De 3 verwachte vruchten zijn er en het steeltje is kurkdroog. Het kwam er nu op aan om de meterlange ranken van tussen het kweekgras te bevrijden zonder de vruchten af te breken.
En zie daar: three make a crowd.

dinsdag 30 september 2014

woensdag 24 september 2014

Zou me nie meugen een pintje drinken...

Zolang we in Klein Korea woonden ging pa met zijn fiets naar zijn werk, den Aigle
Waar dat precies was wist ik eerst veel later, toen ik er zelf meerdere vakanties ging werken. Thuis waren er slechts 2 fietsen, zíjn fiets en moeders' fiets.

Tijdens mijn vakantiejobs in den Aigle werd ik snel vertrouwd met leven en werk in wat mijn vader 'bij ons' noemde. Gedurende de zomermaanden begonnen we om 6 uur te werken. Geen minuut later. Om 9 uur was de eerste pauze. 15 minuten. Om 12 uur de middagspauze. 30 minuten. Je had geen uurwerk nodig. De brouwerij had een zeer nauwkeurige fabriekshoorn. Wat ze niet had was een behoorlijke ruimte om te pauseren. Gezeten op een omgekeerde houten bierkist, naast 1 van de wasmachienes pakten we ons brood uit onze bazas en uit de papieren broodzak. Gezien we niet zo veel tijd hadden spoelden we alles zo vlug mogelijk door met de nog goed lauwwarme koffie uit onze aluminium 'pulle'. Om de koffie toch enigszins warm te houden had ma onze pullen zorgvuldig in krantenpapier gewikkeld. Na het eten was er nog net genoeg tijd om een te roken. Met "Smoor je gie ol? Hier, pakt een van de miene" bood mijn nonkel mij dan een van zijn zelfgeroldde aan. 'k Was aanvaard als een man en collega.
Van zodra de fabriekshoorn weer loeide werden de machienen in gang gezet en kon je zien dat je er op tijd weer bij stond. Om 17h stipt werd het vuren gestaakt. De zombies mochten naar huis.

Gelukkig had pa een beetje meer bewegingsvrijheid. Hij was een manusje-voor-alles en dikwijls nam hij mij mee omdat hij een beetje hulp nodig had, de leugenaar. "Mijnheer Pol, mag ik mijn zeune een keer meepakken?". Dan gingen we samen naar zijn 'bureau', een stapelruimte in 1 of andere kelder die dienst deed als reparatiewerkplaats. Van onder zijn 'secretaire' haalde hij dan een paar flessen bier.
In de brouwerij heerste alcoholverbod. Waaraan niemand zich stoorde. Behalve in de was- en afvulruimte, 't Flessekot. Daar kon Meneer Pol ons zien. Pa was de smokkelaar. Hij smokkelde bierbakken en verstopte ze onder trappen en in gaten. "Chef, kan je me aflossen? 'k Moet eens." 't Was de enige manier om aan een pint te geraken tenzij je op de koer of in de kelder werkte. Een 'pilstje' omvullen in een (alcoholvrije) tafelbierfles is een truc die alleen een dommerik zoals ik durfde te proberen.  "En smaakt 't?" *duivelse grijns*
Heel dikwijls ging ik ook op zaterdagvoormiddagen mee met pa. Overuren werden extra betaald, er waren geen Meneers Pol in de buurt en er was altijd wel iets te doen in pa zijn 'bureau'.


Proletariërs aller landen, ....

zondag 21 september 2014

Close encounters met bruine beer.

Biologisch telen, natuurlijke landbouw, permacultuur, biologisch-dynamisch, …
Vandag de dag is wel bijna iedereen vertrouwd met één of meerdere van deze begrippen. De groep biotuinders resp. -boeren groeit. De milieuproblematiek wordt bewuster waargenomen. Elke supermarkt biedt kwaliteits bioproducten aan. Biologisch is niet meer esoterisch.
Heel anders in de '70s en '80s. Velt was wel al aardig aan het groeien en de biobeweging kwam langzaam van de grond, maar biologisch tuinieren was iets voor freaks.




















'Biologisch' scheen iets nieuws te zijn dat bijna niemand kende. Dat moest geleerd worden. Boeken, tijdschriften, lezingen, verenigingen en noem maar op. De kunst van het tuinieren was in de vergetelheid geraakt, vernietigd door de Industriële Revolutie en Justus von Liebig.

Mijn volkswijkleven nam een einde in de loop van het 5de 'studiejaar'.
Mijn ouders hadden het plan opgevat om naar den buiten te verhuizen. Daar konden ze voor een groot deel zelfvoorziend leven en zo wat aan geld sparen.
Het werd Moerbrugge. Een boerderijke op 1ha grond. Moeder begon een groententuin en vader begon, na gedane arbeid in de fabriek, land te bewerken. De helft van de grond werd omgeploegd. Met een geleend paard en een 1-schaarploeg. De rest was handwerk. Er kwamen ook dieren.

De moestuin was het domein van ons moeder. Vandaar dat het moestuinieren ook voor mij een onbekende was. Dieren verzorgen werd mijn terrein en met pa meehelpen op het land deed ik ook graag. Behalve als we gingen 'beer voeren'. Voor dit avontuur (sic!) hadden wij een zelfgeknutselde 1-assige handkar en een ouderwetse beerpomp. Eigenlijk was dat niets anders dan een buis met een Archimedesschroef aangedreven door een electrische motor. Deze motor was net naast de uitlaat van de pomp gemonteerd en veroorzaakte na het inschakelen niet meer dan een welwillend geruis. Van ronddraaien was er nog geen sprake. Je moest dan met blote hand het aandrijfwiel een goeie draai geven tot de motor eindelijk aansloeg. Meestal moest deze procedure meermaals herhaald worden tot dat kloteding dan toch wilde. OMG. Zozeer geconcentreerd op het aanspringen van dit onding vergat je gemakkelijk snel weg te springen en kreeg je de eerste lading beer in je nek.
Zo werd die soep in een oud olievat gepompt, met een jute zak afgedekt en met de stootkar over de hobbelige weide gesleurd.

En daarna een wellness bad met aansluitend een tantra massage? Forget it, baby.


vrijdag 19 september 2014

Over pompoenen, bloemkool en ooievaars.

Mijn kindheid bracht ik door in een buitensteedse wijk, in de volksmond 'Klein Korea' genaamd. Tot de ene zijde van de wijk behoorden de vrome kerkgangers die wisten hoe je 'Meneer Pastoor' aanspreekt. De andere zijde werd bevolkt door het 'rifraf', arbeidersfamilies en straatjongens. Het straatbeeld werd beheerst door uniforme rijenhuizen met dito troosteloze voortuintjes. De achtertuintjes waren hoofdzakelijk leeg. 'Garden for Victory' was in deze kontreien helemaal niet doorgedrongen. Niemand had een groententuin, laat staan een siertuin. De meeste vaders verdienden het net-zo-voldoende-gezinsinkomen in de fabriek maar aan een beetje zelf groenten kweken was nooit gedacht. Ware iemand op deze gedachte gekomen had hij/zij zeker geen pompoenen gekweekt. Pompo... wat? Nooit van gehoord. Halloween bestond nog niet.
Bloemkool was natuurlijk wel gekend. Daaruit kwamen de nieuw geboren babietjes. Maar onze bloemkolen groeiden niet in onze tuinen. Ze werden gekocht bij 'Marcel van de Sparre' met zijn paard en karre. In Marcel zijn bloemkolen zaten er natuurlijk nooit babietjes. De kweker van Marcel zijn bloemkolen had er wel voor gezorgd dat dat niet zo ver kon komen.
En de ooievaar? We woonden waarschijnlijk iets te ver van 't Zwin. Ooievaars kenden we alleen van op de doopprentjes.
Zo bleef er voor de jonge mamas in spe niets anders over dan hun kindjes te kópen.
„Mama, waar is tant' Alice ? [Naam door de redactie gewijzigd]
„In 't moederhuis. Ze gaat een kindje kopen.“
„En wat gaat 't zijn. Een jongetje of een meiske?“
„Dat weet ze nog niet. Ze zou wel graag een meiske hebben.“
Wat het ging worden daarover beslisten de nonnen in 't moederhuis. Dat waren experten.
"Wedden dat 't een joêntjie wordt."
 En nadat de nonnen beslist hadden kon je je kindje krijgen.
„Mama, tant' Alice heeft een kindje gekregen.“
Eerst moest ze het kopen en dan kreeg ze het.
In Klein Korea was er niet zo heel veel geld. Klusjes knapte men zelf op. Er werd gebreid, genaaid, versteld. Er werd gebakken. Behalve brood. Brood kwam van de gemotoriseerde broodkarre. 'Volksbakkerij Ons Brood'. Wit brood. Gesneden. In een papieren zak met punten erop. Zoveel gespaarde punten + 20 Bfr en je kreeg een singeltje. Van Bob Benny. Of Bobbejaan Schoepen. Jo Erens natuurlijk ook. Betaald werd met speciale munten uitgegeven door de COO.

En ze kochten kinders. Véél kinders. Een echte babyboom.
















( Ik in het 1ste Fröbeltje, 1956, rechts vanachter met mijn door moeder zelfgebreide trui met dwarsbalk)

The times they are a-changin'.
De sexuele revolutie van de jaren '60 verdreef de victoriaanse ooievaarpompoenkolenbabies. Jongeren krijgen sexuele voorlichting. Althans wat de anatomische kant van de zaak betreft. Ze leren dat kindjes 'gemaakt' worden en geboren worden in de Materniteitsafdeling van een modern ziekenhuis.
De wereld veranderde. Er kwam een nieuwe moraal. Er ontstond een nieuwe life style. Oude waardes moesten plaats maken voor nieuwere. Moeder de vrouw wilde niet langer heel haar leven aan de haard gekluisterd zijn, verdoemd tot een eindeloos wassen en plassen, poetsen en boenen en kinderwagens heen en weer sleuren.






























De oude boerenmeubels werden vervangen door modernere, of ze werden beplakt met onderhoudsvrije formica. 'Standaard' werd standaard. Het dagelijks leven werd meer en meer gemechaniseerd.
Tot er een soort nostalgie ontstond. Antiek- en brocantewinkeltjes begonnen te floreren. Het 'oude' werd geherwaardeerd. Ouderwetse gebruiksvoorwerpen werden gecopieerd. Retro deed haar intro. Terug naar het klassieke design...





















  (Pa in onze eerste automobiel, 1960)


... en terug naar het 'kindjes kopen'. Uiteraard niet meer bij de nonnen in een 'Moederhuis'. Wat je gaat 'krijgen' kunt ge nu zelf uitzoeken en kopen in de voetgangerszone, begeleid van professionele advieseurs zodat je weet wat er op dit moment 'meest gekocht' wordt.






















Wie een beetje geduld heeft kan ook wachten tot de volgende 'Solden'.