donderdag 18 oktober 2012

In den beginne was er....mulch



Bij mijn eerste (gelukte) poging om aardappels bovengronds te kweken werd een stuk grond gebruikt dat al meerdere jaren bewerkt was.
Nu wil ik het opnieuw proberen op een stuk van de tuin (ca. 50 m²) dat al 10 jaar braak ligt.
Af en toe werd het gras en de woekerende brandnetels gemaaid. Het maaigoed liet ik terplaatse liggen.
Na nog eens te maaien (oktober) werd zwaar gemulcht met hooi dat al meer dan een jaar buiten lag. De onderste lagen waren doorweekt en begonnen te verrotten. Maar het meeste hooi was nog droog.
Alles werd gewoon door elkaar over de vlakte verdeeld.
De mulchlaag bedraagt ong. 20 cm.
















Naast vroege aardappelen (een echte uitdaging vanwege mijn geografische ligging: centraal Europa, 310m NN) wil ik ook enkele voorgezaaide groenten telen.
Omtrent koolsoorten e.d. hoef ik mij geen kopzorgen te maken. Het hoofdprobleem zal er in bestaan de jonge aardappelen  door de late lentevorst te krijgen (i.e. 27 mei). Om de dan nog jonge plantjes te beschermen wil ik hooi gebruiken.

Dit artikel zal ik in de loop van de werkzaamheden bijwerken.




zaterdag 8 september 2012

Bovengrondse aardappelen (epiloog)

Veel valt er niet meer te vertellen. 
Het eindresultaat is vergelijkbaar met alle andere jaren. Superoogsten kan ik op mijn zandgrond niet verwachten. Wat ik wel verwacht is dat de dikke mulchlaag (die intussen sterk verrot is) mijn grond veel gaat verbeteren.
Het grote verschil met andere jaren is: 
- ik moest dit jaar mijn aardappelen niet uit de grond ploegen (sic!). De dikke hooilaag 
  heeft de grondvochtig gehouden. Trouwens lagen de knollen bovenop de grond zodat graven helemaal niet meer nodig was.
- hoewel het perceel toch nog door kweekgras overwoekerd was heeft geen enkele wortel 
   de aardappels doorboord.
- vraat door woelmuizen was niet erger dan voorheen en nog altijd akseptabel.
- het roden vraagt slechts een minimale inspanning.
- heel veel werk gespaard: - niet ploegen (spitten)
                                         - niet eggen (harken)
                                         - geen putjes maken
                                          - niet toedekken
                                          - niet aanaarden
                                          - niet wieden
                                           
Gewoon aardappels op de grond leggen, een dikke laag hooi er boven op (eventueel nog eens herhalen wanneer de planten een goeie grootte hebben) en ze eindelijk roden en opeten.
Vooral de melige Adrettas, gekookt in de schil en opgediend met een klomp verse boter.


Smakelijk!





donderdag 30 augustus 2012

Bovengrondse aardappelen (de oogst)

Na de hooioogst veranderde het weer.
Juli was tamelijk nat; iets wat hier altijd welkom is gezien de zandgrond waarmee je moet zien klaar te komen. Maar toch, aangenaam was het niet. Tijd dus om karweien te klaren en de tuin en het aardappelveld te laten voor wat ze zijn.

Rust roest. Waar zijn mijn patatjes?
















Hier en daar zie ik wel enige planten, maar het meeste groen komt van kweekgras (penen dus).
Veel bloei was er ook niet te zien behalve van doorgeschoten boekweit. Zou toch eigenlijk bevroren zijn.....?
En de penen? Elk jaar groeien die bastaards door mijn aardappelknollen heen.
Maar nu heb ik hoop: peenwortels groeien ondergronds maar mijn pattten groeien bovengronds!
Ik moet toegeven: graag zou ik eens kijken of er onder(boven)gronds iets te oogsten valt.
We schrijven 11 augustus. Ik bijt op mijn tanden en besluit alles te laten zoals het is. Als alternatief ga ik met mijn kroost eens mijn 'roots' bezoeken.
Na mijn terugkeer kan ik het niet meer laten. Ik wil weten. Veel planten zijn nog tamelijk groen. De Rosaras zijn oogstrijp. Met kloppend hart hark ik de mulch weg van rond de plaats waar waarschijnlijk eens een plant stond. Moeiteloos. En zie daar: onder een laag zwart verteerde mulch liggen ze: het resultaat van een hele zomer niks doen.































Op het algemeen resultaat moet ik nog wachten. Maar zoals het er nu al uit ziet kan ik een positieve oogst verwachten.

woensdag 1 augustus 2012

Bovengrondse aardappelen (tussenstand - einde juni)


Als ik in de buurt de aardappelvelden zie ondervind ik een lichte paniekaanval: overal staat het plantsoen groen en dik. Bij mij is er nog niet veel te zien. De woelmuizen hebben dan tòch een streep door de rekening getrokken. Vaarwel, bovengrondse aardappeltjes. Volgend jaar dan toch maar weer 'normaal'?
Beschaamd moet ik mijn mislukking toegeven. Meer dan kweekgras is er niet meer te zien.
Hier en daar herinnert een aardappelplantje aan een heroisch experiment.














Het enige wat mij nog te doen staat is het slachtveld opruimen. Die enkele plantjes die zichtbaar zijn wil ik toch behouden en dus beslis ik om alle kweekgras plat te trappen en te bedelven onder een laag hooi.
Maar zie daar:



zaterdag 7 juli 2012

Leptinotarsa decemlineata

Eigenlijk vind ik hem/haar best aardig met zijn 10-streepjes-tricootje. Zij komt mij zo zelfbewust-ik-doe-wat ik-doen-moet voor. En dan de manier waarop zij haar eieren onderaan  het blad aanbrengt. Discipline. Alleen, haar babies vind ik niet zo aantrekkelijk. Vettige, roze, vreetzakken! Haar nichtje, Coccinella septempunctata, het vlaamse Pimpampoentje, wekt dan eer de indruk van liefelijke onschuld. Haar eitjes legt zij dan ook zo op een tamelijk naieve ordeloze hoop. Haar nakomelingen zien er wel niet zo stroopkleverig uit als die van de Coloradokever, maar 'Beauties' zijn het eigenlijk ook niet. Het enige mooie aan die grijze beestjes is dat zij de larven van die andere beesten opvreten (alzo staat het in vele tuinboeken). Zelf heb ik dat eigenlijk nog nooit waargenomen. St. Jan geeft het startschot voor de hooioogst. Afhankelijk van het weer ben ik dan tot zo ongeveer midden juli bezig met gras maaien, keren, samenharken, opladen, afladen en zo verder, tot ik genoeg hooi heb voor mijn paar schapen en mulch voor mijn groenten en aardappels. En precies tijdens deze periode dagen die gestreepte lakeien op. Onvermoeibaar proberen ze mijn patatjes te veroveren. Onvermoeibaar ga ik op jacht. Geen gevangenen! Dat kan weken duren. BT (Bacillus thuringiensis) is een beproefd middel in de bio-landbouw. Maar ik verkies handwerk. Intussen heb ik mijn hooi op het droge gebracht. Tijd dus voor een Coloradotrip. Maar wat ziet mijn lodderig oog? Aardappelplanten maar geen kevers! Of dat aan de mulch ligt? Hopen dat het zo blijft.

dinsdag 12 juni 2012

Slakken!!!

Iedere tuinder kent ze. Een foto moet ik dus niet bijvoegen.
Zoals Sinterklaas komen ze elk jaar weer. Een plaag zonder einde. De produktie van anti-slakken-middeltjes groeit steeds verder. Maar die kereltjes laten zich niet zomaar uitroeien. Ergens passen ze in een natuurlijk systeem. vb.: ze helpen bij de bestuiving van bepaalde moerasplanten. Prachtig. Maar wat doen ze in onze groententuinen? Vreten, vreten, vreten! Misschien willen ze de mensen gewoon een spiegel voor houden omtrent hun vraatzucht, vernielzucht, meedogenloosheid, etc.
Eens heb ik gelezen over zogenaamde "R-jaren". Dit zijn die jaren wanner slakken zich uitermate massaal vermeerderen. Daarna komt er een 7 à 9 jarige weer 'normale' periode. 2008 moet zo'n R-jaar geweest zijn. Omringd door weideland drongen de monsters massaal mijn tuin binnen. Ze kropen en masse over de geasfalteerde weg. Ik wist niet meer waar ik mijn voeten kon zetten! Mijn tunnel was bedekt door die beesten, buitenkant èn binnenkant. Een echte horrorfilm. Maandenlang ging ik elke nacht op slakkenjacht. Op den duur zag ik overal slakken; een strootje, een steentje, een klompje aarde... een nachtmerrie.
Er werd gezegd dat mijn mulchmethode een goede huisvesting was voor slakken. Bijna had ik deze kritiek aanvaard en de mulch weer weggehaald. Maar ook mijn wat verderop gelegen, nog ongemulcht, aardappelveld was aangevallen door die slijmerds. Ook mijn buren met hun zeer hygienische tuin wisten geen raad meer. Niets kon die beesten op afstand houden. Mijn slakkenjacht ontwikkelde zich tot een ware Inquisitie. Met mes, zout, bier, kokend water, tot uiteindelijk met de bunsen-brander ging ik ze te lijf. Hopeloos.

Of de daarop volgende strenge winter de oorzaak was weet ik niet, maar inderdaad trad er het volgend jaar geen slakkenplaag op. Niet dat ze verdwenen zijn. Ze zijn er en ze zullen er altijd wel zijn. Wel is er van wapenstilstand noch geen sprake. Mijn zakmes heb ik altijd bij me. En wee de slijmerd die mijn pad kruist. Mijn handschijnwerper en bunsenbrander heb ik niet meer nodig.
 Mulch is inderdaad een mooie schuilplaats voor slakken. In 'propere' tuinen verschuilen de slakken zich in de grond en komen bij vochtig weer en 'snachts naar boven. Nacht- en ontij is het moment om op jacht te gaan. Overdag, bij mooi weer, zijn ze onzichtbaar.
Anders in de mulchtuin: van zodra ik op een plant een slijmspoor bemerk trek ik de mulch voorzichtig weg en ziedaar de booswicht! Ook als ze bij regenweer òver de mulch kruipen zijn ze heel goed zichtbaar.

Mijn mulchlaag blijft dus daar waar ze is.


vrijdag 8 juni 2012

Een drakonisch principe

Om een draak te verslaan kan je zijn/haar kop afhakken.
Volgens de overleveringen komen er dan wel terstond 2 nieuwe koppen te voorschijn.
Die kan je ook weer afhakken (als je nog genoeg kracht bezit of toevallig Siegfried von Xanten heet) maar dan komen er 4 in de plaats.
Een sla-k(r)op ver-sla ik op detelfde manier: de k(r)op bovengronds afsnijden en ziedaar: er verschijnen niet 2 maar zelfs meerdere nieuwe k(r)oppen.

Winter Crop, geoogst in april, levert 4 nieuwe planten op 1 stengel en belooft veel zaad voor de volgende  uitzaai in september













Red Cos, geoost einde mei, doet het nog beter




woensdag 30 mei 2012

Tuinieren zonder spitten

Einde mei en nog een hoop te zaaien en te planten.
Geen regen in zicht. En een hitte! Gelukkig moet ik niet spitten. En een motoculteur door de tuin manoeuvreren ware bij deze hitte ook geen kinderspel.
De mulch van vorig jaar hield de grond mooi vochtig zodat zaaien en planten toch niet veel inspanning vragen.
Om te zaaien schuif ik de mulch een 10tal cm opzij. Dat gaat heel goed met de vrije hand, en zo perfect recht moet dat bij mij niet zijn. Kwestie van smaak.



















Of ik nu direkt op deze vrij gemaakte grond kan zaaien weet ik niet. Onkruiden schijnen daar geen probleem te hebben. Ik maak de grond toch maar liever een beetje los met een ouderwets ha(r)kje.













Het duurt natuurlijk niet al te lang eer het eerste onkruid de kop bovensteekt.
Kort voor het zaaien haal ik de 'zeugetand' (dt.: Sauzahn) door de grond.
Daardoor is het onkruid vernield



















en kan ik zaaien.




                                                         













Om prei te planten doe ik ongeveer hetzelfde. Ik voeg een beetje kompost toe, vermeng dat met de grond,
en plant.



















Kolen planten is nog eenvoudiger. Daar verwijder ik slechts een beetje mulch, maak de grond los met de spade, werk een schep kompost onder en plant


















na het aangieten, weer netjes mulchen.


















Ook in de tunnel wordt gemulcht




































nog de laatste kolen planten en hopen dat het eindelijk regent.






donderdag 26 april 2012

Bovengrondse aardappelen (het begin)

Sinds jaren sterk beinvloed door Bill Mollison, Ruth Stout, Masanobu Fukuoka, etc., moest het natuurlijk zover komen dat ik mijn groententuin niet meer omspit. Het eenvoudige aan een no-dig-methode is dat je dat niet eerst moet proberen om nadien vast te stellen dat dat niet werkt. Je begint er mee en gaat er mee verder of je stopt er mee en je begint weer om te spitten. Zo simpel is dat. Je moet niet leren door schade en schande.
Heel anders ligt het bij het telen van aardappels. In de loop van deze cultuur kan je niet meer van gedacht veranderen. Eerst bij de oogst weet je of je het  juist deed. Maar ja, proberen is beter dan studeren.
En misschien zal mijn geloof mij redden (en mijn patatjes!). Maar toch zal ik niet weten of het resultaat (goed of slecht) eventueel iets te doen heeft met Chernobyl of Fukuschima.
Gezien te tijd van het jaar heeft verder overleg geen zin meer. Doen dus.

Eigenlijk ben ik reeds verleden jaar begonnen met 'mulch-patatten' te kweken. D.w.z.: het perceel waarop ik aardappels wilde kweken heb ik met rust gelaten. Eerst groeide daar boekweit, als groenbemester.

















Na het oogsten en dorsen bracht ik het stro weer op het veldje. 
Intussen waren de verspilde zaden alweer gekiemd. 
Ver zullen ze het niet brengen: de eerste vorst staat voor de deur.



















Vooraleer de eerste sneeuw komt (die helemaal niet kwam) werd het geheel toegedekt (gemulcht dus) met stro (siberische oerrogge; groeit tot 2m hoog).
















De winter kon komen (maar kwam niet).
De lente kwam.
Tijd om de hooizolder vrij te maken. Al het hooi werd over het toekomstige aardappelveld (300m²) verspreid, ong. 30cm dik.
















25 april. Tijd om aardappels te 'planten'. Het hooi was niet plat geregend en hier en daar kwam het nieuwe gras alweer de kop opsteken. So what!
Mijn patatjes liggen in de kelder en hun verse scheutjes vertellen mij dat ze naar buiten willen. Tijd om te planten dus.
Waar een rij aardappels komt schuif ik het hooi een beetje terzijde. Daar breng ik een laagje goed verteerde kompost (schapemest en keuken/tuinafval, 2 jaar oud) in de zogenaamde 'voor'. Daarop strooi ik houtas die ik de ganse winter verzameld heb, en daarop leg ik om de 35cm (ong. de lengte van mijn Birkenstockklompen) een aardappeltje. Misschien ligt het aan mijn geografische ligging (315m NN) dat ik na 10 jaar nog altijd zelf mijn eigen pootaardappeltjes produceer, generatie na generatie.
Bovenop die laag kompost leg ik mijn plantertjes, zonder de grond te beroeren. Geen plantgaten, geen voor, gewoonweg boven op de grond.


Alles wordt dan weer mooi toegedekt.
























In totaal 'plant' ik ong. 700 knollen, i.e. 15 rijen à 20m (elk 45-50 planten). Wanneer de planten beginnen te groeien  komt er nog meer hooi boven op.